Bel Agnes van Brussel: 06 209 63 489     


Al Snijders; het zeer korte verhaal

Geen dag zonder regel in het leven van A.L. Snijders

Hij is een verhalenverteller, een onderwijzer en een moralist. Maar het meest toch een verhalenverteller. Hij was vast zo’n leraar Nederlands, die je later nooit meer vergeet. Nu is hij gepensioneerd, maar de bron met verhalen is nog lang niet uitgeput. Sterker, elke dag moet er geschreven worden.

“Nulla dies sine linea” is zijn lijfspreuk, “geen dag zonder regel.”
Wie tot de gelukkigen behoort en op de lijst staat van tachtig vrienden en bekenden, ontvangt elke dag een ZKV, een zeer kort verhaal, zoals hij zijn genre benoemt . Het is een genoegen om tussen al je dagelijks geploeter opeens zo’n ZKV op je scherm te zien. Soms blijft een raadselachtig zinnetje de hele dag door je hoofd spelen. Zijn verhalen gaan over simpele zaken zoals brood bakken, boodschappen bij de Lidl, een herinnering aan zijn Amsterdamse jeugd of het weren van de veldmuizen uit zijn landelijke huis. Maar nooit blijft het daarbij. Er is altijd een abstractie en een moraal.
Overal vindt hij zijn inspiratie. Nu is er de fotograaf van de krant, die het huis rond speurt naar een fotogenieke plek. Dat is niet moeilijk in het huis van Peter Müller (zoals zijn echte naam luidt) aan een bosrand in de Achterhoek. De boerderij is een verrukkelijke bric à brac in fraaie pasteltinten. De talenten zijn eerlijk verdeeld in Huize Müller. Hij is van de letteren en zij van de beeldende kunst.
De keuze van de fotograaf valt op de werkkamer. Maar een kartonnen doosje Ariel waspoeder moet uit het zicht. Müller legt uit: “daarmee bestrijd ik de muizen.” Die middag zit er alweer een kort verhaal in de mailbox:
1 Er zijn muizen. 2 Wij wassen met Ariel Color. 3 Er komt een fotograaf op bezoek, voor een krant. Hij vraagt of ik aan mijn schrijftafel wil gaan zitten. Er liggen papieren en boeken, maar ook gereedschap – messen en tangen en schroevendraaiers. Op een stapel boeken staat een leeg doosje Ariel Color. De fotograaf pakt het en zet het buiten zicht. Ik vertel hem dat het huis en de schuren en de hokken vol staan met lege doosjes Ariel Color. Gif erin – een klein rond gat, met een schaar gemaakt. Ik vraag hem waarom het niet op mijn tafel mag staan. Dat hoort niet, zegt de fotograaf. Hij heeft een beeld van de tafel van een schrijver, hij is als iedereen, iedereen heeft een beeld van alles. Ik kan de muizen alleen de baas met behulp van gif en Ariel Color. Ik weet alles van ethiek, pikorde en schuld, maar ik kan niet anders.

Ruim een jaar geleden kwam zijn boek uit met 336 ZKV’s en tekeningen van zijn zoon Gijs Müller. Hij wilde niet wachten tot het er 365 waren. Hij houdt wel van het onaffe, streeft niet naar perfectie en bedacht als titel voor zijn boek: “Belangrijk is, dat ik niet aan de lezers denk.” Het had geen hoge verwachtingen van de verkoop van zijn boek. Een oplage van vijfhonderd leek hem aan de ruime kant. Het liep anders. Tommy Wieringa noemde hem de meester van het éénharige penseel, op de VPRO-radio kreeg hij een column en Frits Abrahams prees zijn boek in de NRC als de beste van 2006. Het boek krijgt nu zijn vijfde druk. Afgelopen maanden stond hij als columnist in De Volkskrant en oogstte alom lof. Er kwamen ingezonden brieven naar de krant : Snijders vermorzelt Bril en Mulder.” “Snijders evenaart Remco Campert.”

Martin Bril deelt niet graag zijn plek met Snijders op dezelfde pagina en recensent Arjen Peters kraakte hem tijdens het Avro-radioprogramma Opium. Hij noemt hem een krabbelaar buiten de grachtengordel.’ Begrijpelijk vindt Snijders die irritatie. “Ik doorbreek de pikorde.” En meteen is weer een anekdote over Paul Kruger, die op bezoek bij koninginWilhelmina het water uit zijn vingerkommetje op dronk, en daarmee de minachting en spot van de aanwezige gasten opriep. Toen Wilhelmna vervolgens hetzelfde deed, verstijfden ze en volgden haar voorbeeld.

Eerlijk gezegd maakt het Müller niet veel uit voor wie hij zijn columns schrijft. Ik hoef er niet meer van te leven, ik heb mijn pensioen. Hij schrijft sinds kort voor het regiokatern van het Zutphens Dagblad. Bij die redactie liggen ook dierbare herinneringen aan de tijd waarin hij columns schreef voor een aantal regionale kranten, die nu samen de Stentor heten. Elke column ging vergezeld van een brief aan de hoofdredacteur Van der Moer. Deze brieven en columns, geschreven in het jaar 1990, zijn ooit al eens uitgegeven en nu opnieuw op de markt gebracht door Thomas Rap.

Het was nog in het vóór-internet tijdperk, waarbij fouten op de loer lagen, omdat elke letter gezet moest worden. Mooi zijn de angsten voor zetfouten, die Müller in zijn brieven aan de hoofdredacteur verwoordt. “Onredelijke dierenliefde zou wel eens onzedelijke dierenliefde kunnen worden.” En : “Helaas is een letter weggevallen op een wel zeer cruciale plek in een gedicht van de Zuid Afrikaanse dichter Eybers. Het ging om de ‘t’ in het werkwoord ‘van kant maken.’ De brieven gaan vooral over taal en stijl en zijn net zo boeiend als de columns. Woorden en zinnen worden gewikt en gewogen. “Letters, punten, komma’s, ze zijn onze vrienden en kwelgeesten.” Steeds is er die zelfspot: “Er staat altijd iemand naast me die honend toekijkt.” Fictie en non-fictie wisselen elkaar af in zijn columns. Helemaal duidelijk is dat niet steeds, maar in zijn brieven, verantwoordt hij zich met smakelijke ironie. “Dat we elkaar vaak niet begrijpen, daar ben ik eigenlijk ontzettend blij mee.”

Een polemiek met Arjen Peters zal hij niet aangaan. Daar houdt hij niet van “Het is godzijdank een chaos, er is geen enkel solide lijn te ontdekken in de kunst. Alleen op universiteiten en scholen doen ze alsof, omdat hun leven anders geen zin heeft.”

A.L.Snijders, Heimelijke vreugde, Uitgeverij Thomas Rap Belangrijk dat ik niet aan lezers denk, AFdH Uitgevers

© Agnes van Brussel 2019  |  Website door Buro Zutphen