Bel Agnes van Brussel: 06 209 63 489     


De afkalving van het dovenonderwijs

Het was 17 januari 1991, een gedenkwaardige dag. Ik zat in de trein met mijn 2 1/2 jarige zoon, een klein blond peutertje, Splinter genaamd. We reisden van Amsterdam naar Zutphen en halverwege viel hij op mijn schoot in slaap. Ik was ook moe, maar heel tevreden. We hadden zojuist een bezoek gebracht aan de Ammanschool (nu Signis genaamd). Dat was zo goed bevallen dat ik zeker wist dat Splinter daar naar school zou gaan. In de volle treincoupe werd druk gepraat over de Golfoorlog in Irak. President Bush had zojuist bekend gemaakt dat het Amerikaanse leger de oorlog was begonnen tegen Irak in verband met de inval in Koeweit. De operatie Desertstorm ging aan Splinter voorbij. Hij sliep lekker door. Soms had zijn doofheid een voordeel. Hij had geen last van de opgewonden stemmen.

In april 1990 kreeg onze zoon hersenvliesontsteking. Het scheelde niet veel of hij was hieraan overleden. Gelukkig herstelde hij, maar in de maanden erna bleek dat hij door deze ziekte totaal doof was geworden. De maanden erna waren gevuld met zorg, bezoeken aan het audiologisch centrum, lezen van boeken over doofheid, contacten met ouders van andere dove kinderen en oriënterende bezoeken aan dovenscholen. We gingen naar Voorburg, Sint Michielsgestel, Rotterdam en tenslotte naar Amsterdam. Op de Desertstormdag namen we een besluit. Splinter zou naar de Ammanschool gaan en wij verhuisden met het hele gezin naar Amsterdam.

Wat was de reden om voor deze school te kiezen? De Ammanschool leek een heel gewoon schooltje tussen andere basisscholen in de wijk Slotervaart. Maar zo gewoon was het niet.
Iedereen die er rond liep communiceerde in gebarentaal en op het speelplein liepen tientallen kinderen, die druk gebaarden met elkaar en heerlijk speelden.
Splinter schoof aan bij een klasje peuters en genoot van zijn omgeving. Paul en Sanny, onderwijzer en de klassenassistente stalen mijn hart door de warme, sfeer die ze creëerden.
Hier was Splinter geen uitzondering, kon hij vriendjes maken en lekker spelen. Geen misverstanden of isolement. Hier kon hij alles volgen en veel leren.

Splinter had geluk. En wij, zijn ouders, ook. Hij is nu een zelfbewuste en zelfstandige dove man met veel dove vrienden en een druk sociaal leven. Hij groeide op in een periode waarin gebarentaal een centrale plek kreeg in het onderwijs en in de zorg voor doven. Dankzij dovenonderwijs, welzijnswerk voor doven en doventolken kon hij opgroeien in een warme sociale omgeving.

Er veranderde veel de afgelopen jaren. Dove kinderen gaan steeds vaker naar een reguliere school. Ze zitten in grote klassen en krijgen wat extra ambulante begeleiding. Ze missen veel van de communicatie in de klas en zitten vaak in een isolement. De kinderen, die nog naar het speciaal onderwijs gaan, hebben naast doofheid vaak andere beperkingen. Binnenkort verhuist de school waar Splinter naar toeging, naar een enorm nieuw gebouw waar alle kinderen met gehoor-, spraak en taalproblemen bij elkaar komen. Wie zich verdiept in de wereld van doven zou moeten inzien dat er grote verschillen zijn tussen kinderen met spraak-taalproblemen, slechthorende en dove kinderen. Door die verschillende groepen bij elkaar te brengen, missen kinderen veel in de communicatie en krijgen ze geen sociale omgeving waarin ze vrijuit in gebarentaal kunnen communiceren en vrienden kunnen maken.

Ik kan er boos en verdrietig van worden en daarom schrijf ik het maar op.











© Agnes van Brussel 2019  |  Website door Buro Zutphen