Bel Agnes van Brussel: 06 209 63 489     


Een schat aan rommel

Over twee weken komt de verhuizer. De hoogste tijd om eens flink te gaan ruimen. Dat denk ik al maanden, maar de drempel is hoog. Bijna letterlijk. Als ik boven een slaapkamer binnen wil stappen, schrik ik terug van de rommel. Maar het moet.
Niet voor de verhuizers. Die pakken gewoon in wat er voor hun voeten komt. Dan heb je straks een kamer tot de nok gevuld met dozen, waar je geen wijs uit wordt. Ik weet nog van de vorige verhuizing dat ik in het nieuwe huis een doos opende die opvallend licht was. Daar zat alleen een opgeblazen ballon in.
Ik las boekjes van Marie Kondo, de Japanse opruimgoeroe. Zij beveelt een volgorde aan. Eerst kleren, dan boeken en tot slot de papieren. Tja, boeken en kleren is nog overzichtelijk. Maar papieren is een ramp bij mij. Artikelen, dagboeknotities in driekwart lege schriften. Lijstjes van gelezen boeken, foto’s, knipsels met interieur ideeën of reistips. Sollicitatiebrieven en diploma’s. Brieven….

Vandaag moet het gebeuren. Ik negeer de pijn in mijn buik, neem wat lege dozen mee naar boven. Een voor weg te gooien papier, een voor spullen bestemd voor de kringloopwinkel en een om te bewaren spullen te verzamelen. Onder de schuine wand van mijn werkkamer staan dozen en kratten vol papieren. Ik begin maar eens met een vrolijk beplakte doos en ga ermee zitten op de grond. Het beplakken van zo’n doos was destijds het begin van een voorgenomen opruimpoging. Ik was altijd goed in het kopen van fraaie dozen, ordners en hangmappen systemen. Maar veel systeem zit er niet in. Deze gele doos heb ik ooit eens beplakt met dinosaurussen. Er zitten brieven in. . .

‘Liefste Agnes,’ lees ik, in een brief van mijn ex uit 1975. Ik zucht maar eens diep en ben weer even terug in de tijd. Ik haal een roze lintje los en zie het mooie handschrift van mijn te vroeg overleden schoonzus. Ik zie haar voor me in haar stijlvolle lange nachtpon met een sigaartje in haar hand. Ze was zo’n sprankelende vrouw. Ze schreef me opgewekte brieven in het jaar dat ik in het buitenland verbleef, terwijl ze heel ziek was. Dan zijn er nog stapels brieven van vrienden, zo bijzonder eigenlijk, nu we tegenwoordig volstaan met WhatsApp en mail. Ik zou al die brieven kunnen scannen en digitaliseren en de brieven naar het oud papier kunnen doen. Maar ik houd van het knisperende luchtpostpapier en lees ze een voor een.
Ik schrik op, als het bijna donker is om me heen. Helemaal stijf van het lange zitten op de grond. Tijd om te stoppen en wat te gaan koken. Ik kijk om me heen en zie de lege dozen bedoeld voor het oud papier en de kringloop. Zo kom ik er nooit.

Die nacht droom ik van Marie Kondo. Een kleine Japanse vrouw stapt binnen. Ze is elegant gekleed en heeft felrode nagels. Ze klapt in haar handen als ze de kamer binnen komt.
‘O heerlijk, ik houd van rommel,’ roept ze. Ze trekt alle boeken uit de kast en dwingt me een voor een om al of niet liefde te verklaren aan een boek. Hetzelfde doet ze met alle kleren en een onafzienbare berg verrijst in de slaapkamer. De droom gaat in de versnelling. Razendsnel slinken de stapels en verdwijnen spoorloos in het niets. Steeds klapt Marie Kondo in haar handen en kraait: ‘Op naar de volgende kamer’. Dan zie ik haar met de brievendoos in haar handen. “Kies er een paar uit zegt ze en scan ze even. Kom we gaan even naar de huiskamer, dan kan de rest zo in de houtkachel.” De paniek slaat toe. Ik wil ze allemaal houden.
‘Nee’, roep ik, geef hier die doos. Haar mooi opgemaakte gezichtje verandert plotsklaps. De vriendelijke glimlach verdwijnt en ik zie een boze grijns. Ik wil de doos uit haar handen trekken maar ze houdt stevig vast. Ze huppelt de trap af naar de woonkamer. Dan kiepert ze de doos om en begint met een triomfantelijke grijns de brieven in de kachel te gooien. Het roze lintje zie ik in vlammen opgaan.

Dan word ik zwetend wakker en draai me om naar mijn geliefde.
‘Ik heb zo naar gedroomd’,’ zeg ik.
‘Zeker over de verhuizing’, zegt hij

© Agnes van Brussel 2019  |  Website door Buro Zutphen