Bel Agnes van Brussel: 06 209 63 489     


Baby op drift

Later zou zij zich afvragen wat er was gebeurd als ze niet had omgekeken. Maar Anka keek wel om, toen ze haar boodschappen in haar fietstas laadde en weg wilde fietsen. In een flits zag ze een meisje bij een kinderwagen staan en daar mee weg rennen. Het was niet de moeder. Dat was wel duidelijk. Het meisje keek snel om zich heen en rende met de baby in de wagen een steegje in. Ze riep nog: “He stop”, maar niemand reageerde. Wat kon ze doen? De moeder, die even verderop stond te praten waarschuwen? Dan was het misschien te laat om het meisje met de baby nog in te halen. Dus rende ze achter het meisje aan, ‘stop, stop’ gillend. Het meisje was snel, ondanks de kinderwagen en Anka had niet haar hardloopschoenen aan. Er waren ook geen mensen die haar tegemoet kwamen, zodat ze ‘houdt de dief’ kon roepen. Het meisje sloeg al snel links en weer rechtsaf. Anka registreerde de blonde paardenstaart het zwarte leren jasje en de blauwe joggingbroek. Als ze haar niet kon inhalen zou ze dat straks moeten vertellen aan de politie.
Even later was ze haar echt kwijt. Ze was buiten adem, struikelde over haar eigen benen en keek wanhopig om zich heen. Daar kwam een vrouw aan met een fiets aan de hand. “Heeft u een meisje met een kinderwagen gezien?” Jawel, zei de vrouw volgens mij ging ze de Aldi in. Anka keek op haar horloge, hoe lang was ze al in de achtervolging? Moest ze niet 112 bellen? Wat zou de moeder op dit moment doen? Die had natuurlijk zelf alarm geslagen.
Bij de Aldi vroeg ze naar het meisje en hoorde dat ze daar een blik babyvoeding had gekocht en luiers. Maar ze was heel gehaast geweest en nu al weer weg. Het meisje aan de kassa kende haar wel. Volgens haar woonde ze in die flat met die schildering erop.
Dat was het laatste wat ze zou proberen. Als ze haar niet zou vinden, zou ze naar de politie gaan. Even flitste het door haar heen dat haar fiets met boodschappen nog onafgesloten bij de winkel stond. Maar dat was van minder belang.
Ze belde aan bij de eerste beste deur van de portiekflat. Niemand thuis. Ze probeerde nog een volgende deur en vroeg naar het meisje met de kinderwagen. Paardenstaart, ongeveer 16 jaar, niet groot, slank, lerenjasje, maar de man in de deur keek haar nietszeggend aan. Anka nam de lift naar de volgende verdieping en probeerde het nog een paar keer.
Nog een verdieping hoger, steeds wanhopiger werd ze. Waar was ze mee bezig? Het was toch niet haar eigen baby? Bovendien wat kon ze doen? Stel dat ze het meisje vond en ze geen afstand wilde doen? Dan moest ze alsnog de politie bellen.
Nog een keer: “Ik ben op zoek naar een meisje van ongeveer 16 jaar die zojuist met een kinderwagen de flat is binnen gekomen. Waarschijnlijk woont ze hier.” Weer een ontkennende blik. Dan opeens hoort ze een baby huilen en volgt ze het geluid. Daar verderop staat een deur op een kier. Ze kan zo binnenlopen. De kinderwagen staat in de gang. Een grote blonde jongen met een open vriendelijk gezicht komt haar tegemoet. “Waar is de baby?” vraagt ze en hij wijst naar binnen. Daar zit het meisje met de baby op schoot. Ze zingt een wiegeliedje en heeft een fles met voeding klaar staan. “Ssst,” zegt ze.

© Agnes van Brussel 2019  |  Website door Buro Zutphen