Beeldend kunstenaar Ben Haggeman

Dansend de kerk uit
De tekening, 'Dansend de kerk uit', maakte beeldend kunstenaar Ben Haggeman(1940) jaren terug, maar was nog niet eerder te zien op zijn exposities. Door alle commotie rond misbruik in de Katholieke Kerk, borrelde ook bij hem herinneringen op. "Met deze tekening wil ik een verhaal vertellen." 


Beeldend kunstenaar, Ben Haggeman, groeide op in Wichmond in een kinderrijk katholiek gezin. Zijn vader was aannemer, zijn moeder coupeuse. Wichmond was een protestantse enclave met een kerk en een dominee. De katholieke minderheid bezocht de kerk en de school in het naburige Vierakker. "Het was elke dag een uur lopen, eerst naar de kerk, daarna naar school. Je liep op een lege maag, want je moest nuchter zijn voor de communie. Ging je te communie, dan mocht de hostie je tanden niet raken. Gebeurde dat wel, dan voelde je de hele dag zondig. Dat had de pastoor er goed ingepeperd. Elke twee weken moest je bij hem te biecht, geen dag later. Die pastoor heerste over ons leven op een vreselijke manier. Ik dacht vaak, was ik maar protestant. De dominee in Wichmond was een totaal andere man, mild en sociaal."
Het is lang geleden, maar Haggemans jeugd is nog zeer nabij in zijn grote lichte atelier vlakbij de Rijn in Arnhem. Het staat er vol met kerken. Nu weer staat de Zutphense Walburgiskerk op zijn ezel. Het gebouw is herkenbaar in al zijn details, maar lijkt net een aardbeving doorstaan te hebben. Zijn kerken exploderen of golven het doek af.
Haggeman is een echte tekenaar. Als kind aan tafel bij zijn moeder, tekent hij mode. De hoeden, die hij schetst, maakt hij daarna in het echt met kippengaas en veren. Achter het huis paradeert hij met zijn ontwerpen. Zijn ouders waarderen zijn kunstzinnigheid wel, maar hij moet beslist achter het huis blijven. "Wees toch voorzichtig," zegt zijn moeder, "je moet er niet mee te koop lopen." Omdat zijn vader als aannemer werkt voor de kerk, mag hij misdienaar worden. "Ik vond het mooi, want je kon stiekem de chique hoeden bestuderen van de adellijke dames op de eerste rij. Je moest wel oppassen dat de pastoor het niet merkte. Want dan zwaaide er wat."
Haggeman lijkt nog fysiek te griezelen als hij over de pastoor praat. "Het was een vieze man die altijd snot aan zijn mouwen afveegde, en de sporen daarvan op zijn gezicht achterliet. Hij sloeg ons, misdienaren, met de wijwaterkwast bij aanvang van de mis, zodat je gedurende de hele mis met een natte rug liep. Als je de ampullen met water en wijn niet precies op de goede manier aangaf, liet hij ze expres uit zijn handen vallen en bleef staan wachten met opgeheven armen tot je op en neer naar de sacristie was gesneld om nieuw water en nieuwe wijn te halen. Na het Avondlof hadden we een keer straf verdiend, vanwege iets onbenulligs. We moesten plat op ons buik op de koude stenen vloer blijven liggen in de donkere kerk. We hebben daar uren gelegen. Op alle mogelijke manieren liet hij je merken dat je niks voorstelde. Je voelde je zondig en er was altijd angst."
Haggeman worstelt rond zijn twaalfde met zijn homoseksuele gevoelens. Hij besluit ermee naar de deken te gaan in Zutphen, die hij meer vertrouwt dan de pastoor.
Maar de deken reageert als door een angel gestoken en werkt hem zo snel mogelijk de deur uit. "Daar wil ik niets mee te maken hebben, ga maar naar de huisarts," is zijn boodschap. De huisarts biedt medicijnen aan als een tweetrapsraket. Eerst om alle seksuele gevoelens te onderdrukken. Daarna zou hij medicijnen krijgen om gevoelens voor het vrouwelijk geslacht op te wekken.
Hij slikt ze niet lang. "Ik bleef naar de kerk gaan, omdat mijn ouders dat wilden, terwijl ik tegelijkertijd wist ik dat ik als homoseksueel geen sacramenten mocht ontvangen. Die zondigheid is me lang blijven achtervolgen. Mijn ouders neem ik niks kwalijk, ze leden zelf ook onder het juk van die pastoor. Mijn vader was kort voor zijn overlijden heel bang, dat hij niet goed geleefd zou hebben. We hebben de goede man moeten bezweren, dat hij niets te vrezen had."
Haggemans creatieve leven begint pas goed in 1968, als hij naar de Academie voor Beeldende Kunsten gaat in Arnhem. Hij wil eigenlijk schilderen, maar de Arnhemse mode-icoon, Elly Lamaker, ziet in hem een talentvol ontwerper. Jarenlang werkt Haggeman als ontwerper eerst in de mode-, later in de theaterwereld. "Het theatrale trekt me aan, niet alleen in het theater, maar ook in kerken, ondanks mijn frustraties. Laatst was ik bij toeval bij een mis in Brussel. Die kerk vol orgelklanken en Gregoriaans gezang ontroerde me."
De laatste jaren legt Haggeman zich in tekeningen en zeefdrukken toe op grootse architectuur, vooral gotische kerken in al hun rijkdom aan details. Hij maakt precieze tekeningen van kerken in zijn omgeving, zoals de Eusebiuskerk in Arnhem en de Walburgiskerken in Arnhem en Zutphen. Vervolgens abstraheert hij, voegt een element toe of vervormt. Zijn werken krijgen een aquarelachtige uitstraling door de tekeningen laag op laag aan te brengen met een mengsel van inkt en acryl en veel water. Zijn frustratie met de katholieke kerk komt steeds terug in zijn werk. De St- Pieter ontploft met regelmaat en in een kroonluchter van de Walburgiskerk staan geen kaarsen maar vlammende duivels. 'Dansend de kerk uit', verbeeldt de kerk in Vierakker en op de voorgrond danst Haggemans zelf met zijn echtgenoot, met wie hij al dertig jaar samenleeft, de kerk uit. "Een moeilijke jeugd is een vruchtbare bron voor een kunstenaar. Toch had ik liever een jeugd gehad met minder angst en schuldgevoel"


- De Zutphenprent van Ben Haggeman , Mariaportaal, is te koop bij Galerie Bozana Milic in Zutphen
- Voor ander werk: www.benhaggeman.nl

blank.jpg