Gerrit Veenhuizen in Henriette Polakmuseum

Een oorlog is ingrijpend. Toen Gerrit Veenhuizen (1925) tijdens de tweede wereldoorlog in Arnhem de bommen om zich heen zag vallen, betekende dat een keerpunt. Hij was in opleiding tot elektrotechnicus, maar besloot dat hij niets meer met de mechanica te maken wilde hebben. Hij wilde tekenen en schilderen en in 1946 lukte het hem toegelaten te worden tot de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. De voorboden van diezelfde oorlog verjaagden Heinrich Campendonk, wiens kunst bestempeld werd als entartet, uit Duitsland. Na wat omwegen vestigde deze kunstenaar, lid van de kunstenaarsgroep 'Der Blaue Reiter', zich in Amsterdam. Veenhuizen is een van de leerlingen van deze beroemde docent op de academie. "Campendonk heeft grote invloed gehad op zijn leerlingen", vertelt Lies Netel, conservator van het Henriette Polakmuseum in Zutphen. Ik ben eigenlijk altijd op zoek naar leerlingen van Campendonk en wil weten, wie daarvan nog in leven zijn. Zo kwam ik in aanraking met de drie├źntachtigjarige Veenhuizen, een schilder met een bijzonder oeuvre, die nog elke dag schildert in zijn woonhuis-atelier in Arnhem."


Het is een schilder die liever niet naar buiten treedt. "Verkoop van zijn schilderijen is geen thema voor hem," vertelt Netel en het kostte haar enige overredingskracht om zijn medewerking voor een tentoonstelling te krijgen. Afgelopen woensdag kwam hij met zijn vrouw naar het museum en zag het resultaat van haar inspanning, een tentoonstelling met opvallend veel recent werk, gecombineerd met werk uit de periode 1975- 1995. Aan de telefoon vertelde de schilder hoeveel spanning en zenuwen het hem opleverde. Zoveel, dat hij van een interview afzag en ook niet bij de opening op zondag 16 maart aanwezig wilde zijn. Maar bij het betreden van het kleine museum aan de Zaadmarkt was hij aangenaam verrast. Veenhuizen is zijn eigen grootste criticus. Zijn leven lang heeft hij schilderijen overgeschilderd of vernietigd, en steeds zijn werken weer teruggebracht tot een bescheiden oeuvre. Zijn angst om op de tentoonstelling werk te zien, dat zijn goedkeuring niet meer kon dragen, bleek gelukkig ongegrond. "Zoals het er hangt is het goed."
Veenhuizen ontwikkelde al in zijn vroege kunstenaarsjaren een tekensysteem, dat op allerlei manieren terugkeert in zijn werk. Er zijn kleine acrylschilderingen op katoen, grotere kleurrijke iconen, kleine beelden, maar ook enkele hele monumentale. Bekendheid verwierf hij met een enorm beeld op de internationale beeldententoonstelling Sonsbeek in Arnhem in 1966. Een kleiner vergelijkbaar beeld staat op de tentoonstelling. De provincie Gelderland heeft een werk uitgeleend aan het museum, dat bestaat uit een reeks van drie muurhoge gestileerde houten planken. Terugkomend uit de tentoonstelling blijft de serie schilderingen op katoen misschien wel het meest op het netvlies hangen. Het zijn ijle herinneringen met op spijkerschrift lijkende tekens tegen een achtergrond van pastelkleurige vlakken. De tekens zijn soms goed terug te voeren op de relatie moeder-kind, een kinderstoel en een palmpasenstok. Het lijken dromerige herinneringen aan zijn jeugd in Twente, maar hier en daar zie je ook tekenen aan een hardere realiteit, die dromen verstoort. Er is een mooi boek te krijgen bij de tentoonstelling, waarin de schilder beeld voor beeld het ontstaan van zijn tekensysteem uitlegt. Hij is een man van weinig woorden, maar met zijn werk opent hij een wereld, die je diep kan raken.
Tentoonstelling: De wereld van Gerrit Veenhuizen 15/3 t/m 15/6 2008 in het Henriette Polakmuseum, Zutphen.

blank.jpg