Jeroen Hermkens in Zutphen

In de Stentor van 18 november 2011
Jeroen Hermkens is een veelzijdig kunstenaar. Zijn litho's maakt hij als een monnik in een kelder in Utrecht, maar voor zijn onderwerpen reist hij over de hele wereld.


jeroenhermkensHet was die zondag rustig in Galerie Bozana Milic aan de Nieuwstad. De opening van de nieuwe expositie van Jeroen Hermkens op 30 oktober leek een kleine exclusieve bijeenkomst. De lage opkomst had alles te maken met de gelijktijdige presentatie van de Historische atlas van Zutphen in het Stedelijk Museum. Dat was jammer, want voor kunst- en poëzieliefhebbers was het aangenaam toeven tussen de olieverfschilderijen, tekeningen en litho's van Jeroen Hermkens en te luisteren naar de voordrachten van drie dichters, Erika Mannink,Ton Luijten, en Sander Grootendorst.
Hermkens was verguld met het gedicht dat zij speciaal bij zijn werk maakten. Poëzie past bij zijn werk. Regelmatig brengt hij boeken uit, waarin hij zijn werk combineert met poëzie. Heel recent bracht hij een fraai gedecoreerd kunstenaarsboek uit samen met Gerrit Komrij en in het boek 'Jeroen Hermkens en Utrecht' staan gedichten van Ingmar Heytze en Gerrit Komrij.
Ontspannen vertelt hij over de totstandkoming van zijn werk, waarbij het lijkt of hij zelf nog steeds verwonderd is over het resultaat. In 1996 ontving hij de Nederlandse grafiekprijs voor zijn litho's. In 2007 maakte hij de Zutphenprent, de Lange Hofstraat in warme on-Hollandse kleuren, die je doet geloven dat je in Italië woont. Een aantal hangen in Zutphense huiskamers en kantoren, drie zijn er nog te koop.
De schetsen die hij in 2007 in Zutphen maakte als voorbereiding op de Zutphenprent hangen nu ook op de expositie en illustreren goed hoe Hermkens werkt. Al zijn litho's en schilderijen zijn gemaakt op basis van tekeningen. Foto's komen er niet aan te pas. Regelmatig bezoekt hij een stad op zoek naar plekken die hem fascineren. Dan maakt hij in twintig minuten een snelle schets. Het zijn vaak oude, doorleefde plekken: monumenten, fabrieken, sluizen, havens en schepen. Zelden staan er mensen op. Hoogstens een vaag figuurtje, dat dient om de verhoudingen weer te geven. Hij tekent met een rietpen en Oost-Indische inkt. "Dat dwingt me om snel te werken," zegt hij. "Ik wil plekken tekenen, die typerend zijn voor een stad. In Zutphen had ik ook een kerk of die ijzeren brug kunnen kiezen, maar die heb je overal." Thuisgekomen legt hij die tekeningen op de grond en bepaalt wat een litho en wat een olieverfschilderij moet worden. De compositie en vorm ligt dan al vast. Die verandert niet meer. Foto's zeggen hem niets. " Ze geven niet weer, wat ik gezien heb."zegt hij. "Door die tekeningen kom ik tot de essentie, kan ik vervormen, vergroten en veel weglaten. Zo kom ik tot die scheve gebouwen, die enorme trappen en overheersende elektriciteitskabels. Eigenlijk laten die tekeningen nog het best het expressieve karakter van mijn werk zien."
Rondkijkend in de galerie zie je wat Hermkens bedoelt. Is die enorme trap op dat grote olieverfschilderij de stadhuistrap van Leiden? Maar de straat lijkt niet op de Breestraat, waar het stadhuis zich bevindt. "Mooi toch," lacht Hermkens. "Zo'n trap typeert Leiden." Op de muur aan de overzijde zie je nu ook de dansende huizen op de Haagse Kneuterdijk en de haven van Rotterdam, ontdaan van veel lelijkheid maar wel karakteristiek.


Er huist een stad in mij, een lege stad
verfspiegel tussen oevers vastgeklonken
huizenvlakken aan weerszijden
geparkeerde tijd in verlaten stegen
bij toeval teruggevonden
hier, aan deze muur

Onderschrift foto:
Jeroen Hermkens aan het werk in zijn kelder onder de Oudegracht in Utrecht . Hij schildert met inkt, krijt en penseel op zware lithostenen en drukt zijn prenten in vijf tot tien kleurgangen.

Het kreunen van de Goliath

Heel veel dagen per jaar brengt Jeroen Hermkens onder de grond door. Zijn drukpers waarop hij zijn litho's (steendruk) maakt, staat in een kelder onder de Oude Gracht in Utrecht.
Maar om die litho's te kunnen maken, moet hij juist die kelder uit en op reis. De jaren 2009 en 2010 waren intensieve jaren in verband met een bijzonder project. De grote Rotterdamse baggeronderneming Van Oord gaf hem de opdracht om een nieuwe fase in de waterbouwsector in beeld te brengen, bij gelegenheid van de pensionering van Koos van Oord. Het was voor Hermkens een vervulling van een jongensdroom. Het deed hem terugdenken aan de tijd, waarin hij als kind speelde in de zandverstuiving bij St Anthonis en op de oevers van de Maas. Hij nam geen genoegen met foto's en filmpjes, maar ging overal naar toe om te tekenen, te kijken en te ervaren. Dat voerde hem van Rome naar Dubai, Qatar en Zeebrugge, op allerlei schepen, graafbakken en splijtbakken bij landaanwinningsprojecten en windmolenparken. "Ik wilde het kreunen en steunen van de 'Goliath' horen. Op mijn schilderijen moet je het schudden van de 'Cutter' kunnen ervaren of het zand in je ogen voelen prikken in de haven van Qatar." Hij kwam thuis met een honderdtal tekeningen en maakte daar deels olieverfschilderijen, deels litho's van. De collectie kreeg in de zomer van 2010 een tentoonstelling in de Kunsthal in Rotterdam en kwam samen in een prachtig boek, 'Terra Nova', voorzien van dagboekaantekeningen.
In 2011 zocht Hermkens naar rust na dit heftige en succesvolle project. "Ik wilde iets totaal anders, dus nodigde ik modellen uit en schilderde portretten en naakten in mijn atelier." Het resultaat is te zien op de expositie. Niet meer in de etalage, want Bozana Milic kreeg iets te veel mannelijke kijkers voor haar etalage. Nu hangt er weer een stadsgezicht.

Expositie Jeroen Hermkens bij Galerie Bozana Milic nog te zien tot 5 december

blank.jpg