De Gotische kerken van Ben Haggeman


Gepubliceerd in De Stentor op 23-12-2011

Als kind zag hij de toren van de Walburgiskerk in vlammen opgaan. Nog steeds komt de Zutphense kerk terug in Ben Haggemans gelaagde tekeningen en zeefdrukken


"Jammer dat die treinen van tegenwoordig zo stil zijn. Ik houd van de cadans van de wat oudere treinen. Daarop teken ik het best." Ben Haggeman verheugt zich al op zijn treinreis naar Maastricht de volgende dag, waar hij even gaat kijken op een van zijn exposities. Een auto heeft hij niet. Geen rijbewijs ook. Hij en zijn echtgenoot zweren bij de trein. Haggeman zoekt een rustige plek, zoveel mogelijk uit het zicht en gaat dan de hele reis zitten tekenen op het ritme van de trein. Hoe langer de treinreis hoe beter.
haggemanTekenen doet hij al zijn hele leven. Ontelbaar veel boeken vol. Het is zijn taal, zijn manier om het leven vorm te geven, soms mooier te maken, maar ook uiting te geven aan zijn worsteling en frustratie. Soms schrikt hij zelf van zijn tekeningen. Zo absurd. "Dat is niet de werkelijkheid hoor," zegt hij als hij de tekeningen laat zien, waarin zijn fantasie en mythologische voorstellingen door elkaar lopen.
Kerken zijn een favoriet onderwerp van Haggeman, vooral Gotische kerken en kathedralen. De Eusebiuskerk in Arnhem en de Walburgiskerk in Zutphen zijn vaak onderwerp van zijn gelaagde tekeningen en zeefdrukken. "Het is het theatrale wat me er in aanspreekt, vertelt hij.
Romaanse kerken zijn ook prachtig, maar te lomp voor mij. Ik wil die verticale, opwaartse lijnen zien. Dat staat voor mij voor het positieve."
Dat positieve gevoel bij het zien van kerken komt niet voort uit zijn Katholieke opvoeding. "Mijn jeugd werd overschaduwd door schuldgevoel, omdat ik wel te communie ging in de kerk in Wichmond, terwijl mij was ingepeperd dat ik als homo geen sacramenten mocht ontvangen. Ik deed het toch om mijn vader niet te kwetsen. Het was een kleine gemeenschap waarin mijn vader een belangrijke positie had. Hij was aannemer en mijn moeder coupeuse."
Aanvankelijk ontwikkelde Haggeman zich als mode- en decorontwerper. Pas later ging hij zich toeleggen op het tekenen van architectuur, vooral kerken en kathedralen. "Toch in het voetspoor van mijn vader. Hij heeft het helaas niet meer mogen meemaken. Hij zou vreemd opgekeken van deze Walburgiskerk. 'Het klopt niet, Ben,' zou hij zeggen.
Alleen mijn eerste tekening zou in zijn ogen kloppen. Dat is de eerste stap in een lang proces. Van die tekening maak ik kopieën. Ik gebruik ze in spiegelbeeld of als negatief. Dan ga ik schuiven. Het is een geordende chaos. Uiteindelijk is er weer symmetrie."
Maar er gebeurt veel meer waardoor Haggemans tekeningen van het doek lijken te dansen.
De term gemengde techniek staat voor een gevecht met materialen, kleuren en water, waarvan de uitkomst onzeker is. "Ik ben hier dag in dag uit mee bezig. Als kunstenaar moet je je onzekerheid koesteren. Dingen aan het toeval durven overlaten." Met zijn vingers scrubt hij een soort rubberlaag van zijn tekening, waardoor er witte lijnen verschijnen, die de tekening een dimensie erbij geven. Hij laat een klein potje turquoise substantie zien. "Hierin gooi ik alles bij elkaar wat die kleur heeft, olieverf, acryl, inkt. Op papier veroorzaakt dat een explosie."
Dat explosieve zit soms ook in zijn onderwerpkeuze. Ontploffende kerken, vlammende duivels in kandelaars en kleine worstelaars in gebrandschilderde kerkramen. Ergens diep in een la ligt een tekening van een exploderende Sint Pieter met daarvoor een lachende paus die wijn drinkt uit een kelk met een gebroken rietje.
"En toch, ga ik altijd weer naar binnen als ik langs een kerk kom. En soms blijf ik zitten en raak ontroerd van het Gregoriaanse gezang en van de kleine kinderen die gewoon tussen de kerkbanken rennen. Zo kan het ook."
Expositie: Gelaagde tekeningen van Ben Haggeman in: toART, Koningstraat 26 Arnhem (4e verdieping) t/m 30 december

De kerken van Ben Haggeman
Als kind zag hij de toren van de Walburgiskerk in vlammen opgaan. Nog steeds komt de Zutphense kerk terug in Ben Haggemans gelaagde tekeningen en zeefdrukken
door Agnes van Brussel
"Jammer dat die treinen van tegenwoordig zo stil zijn. Ik houd van de cadans van de wat oudere treinen. Daarop teken ik het best." Ben Haggeman verheugt zich al op zijn treinreis naar Maastricht de volgende dag, waar hij even gaat kijken op een van zijn exposities. Een auto heeft hij niet. Geen rijbewijs ook. Hij en zijn echtgenoot zweren bij de trein. Haggeman zoekt een rustige plek, zoveel mogelijk uit het zicht en gaat dan de hele reis zitten tekenen op het ritme van de trein. Hoe langer de treinreis hoe beter.
Tekenen doet hij al zijn hele leven. Ontelbaar veel boeken vol. Het is zijn taal, zijn manier om het leven vorm te geven, soms mooier te maken, maar ook uiting te geven aan zijn worsteling en frustratie. Soms schrikt hij zelf van zijn tekeningen. Zo absurd. "Dat is niet de werkelijkheid hoor," zegt hij als hij de tekeningen laat zien, waarin zijn fantasie en mythologische voorstellingen door elkaar lopen.
Kerken zijn een favoriet onderwerp van Haggeman, vooral Gotische kerken en kathedralen. De Eusebiuskerk in Arnhem en de Walburgiskerk in Zutphen zijn vaak onderwerp van zijn gelaagde tekeningen en zeefdrukken. "Het is het theatrale wat me er in aanspreekt, vertelt hij.
Romaanse kerken zijn ook prachtig, maar te lomp voor mij. Ik wil die verticale, opwaartse lijnen zien. Dat staat voor mij voor het positieve."
Dat positieve gevoel bij het zien van kerken komt niet voort uit zijn Katholieke opvoeding. "Mijn jeugd werd overschaduwd door schuldgevoel, omdat ik wel te communie ging in de kerk in Wichmond, terwijl mij was ingepeperd dat ik als homo geen sacramenten mocht ontvangen. Ik deed het toch om mijn vader niet te kwetsen. Het was een kleine gemeenschap waarin mijn vader een belangrijke positie had. Hij was aannemer en mijn moeder coupeuse."
Aanvankelijk ontwikkelde Haggeman zich als mode- en decorontwerper. Pas later ging hij zich toeleggen op het tekenen van architectuur, vooral kerken en kathedralen. "Toch in het voetspoor van mijn vader. Hij heeft het helaas niet meer mogen meemaken. Hij zou vreemd opgekeken van deze Walburgiskerk. 'Het klopt niet, Ben,' zou hij zeggen.
Alleen mijn eerste tekening zou in zijn ogen kloppen. Dat is de eerste stap in een lang proces. Van die tekening maak ik kopieën. Ik gebruik ze in spiegelbeeld of als negatief. Dan ga ik schuiven. Het is een geordende chaos. Uiteindelijk is er weer symmetrie."
Maar er gebeurt veel meer waardoor Haggemans tekeningen van het doek lijken te dansen.
De term gemengde techniek staat voor een gevecht met materialen, kleuren en water, waarvan de uitkomst onzeker is. "Ik ben hier dag in dag uit mee bezig. Als kunstenaar moet je je onzekerheid koesteren. Dingen aan het toeval durven overlaten." Met zijn vingers scrubt hij een soort rubberlaag van zijn tekening, waardoor er witte lijnen verschijnen, die de tekening een dimensie erbij geven. Hij laat een klein potje turquoise substantie zien. "Hierin gooi ik alles bij elkaar wat die kleur heeft, olieverf, acryl, inkt. Op papier veroorzaakt dat een explosie."
Dat explosieve zit soms ook in zijn onderwerpkeuze. Ontploffende kerken, vlammende duivels in kandelaars en kleine worstelaars in gebrandschilderde kerkramen. Ergens diep in een la ligt een tekening van een exploderende Sint Pieter met daarvoor een lachende paus die wijn drinkt uit een kelk met een gebroken rietje.
"En toch, ga ik altijd weer naar binnen als ik langs een kerk kom. En soms blijf ik zitten en raak ontroerd van het Gregoriaanse gezang en van de kleine kinderen die gewoon tussen de kerkbanken rennen. Zo kan het ook."

Expositie: Gelaagde tekeningen van Ben Haggeman in: toART, Koningstraat 26 Arnhem (4e verdieping) t/m 30 december

blank.jpg