Nicolaas Matsier

Hoe lees je een boek?

Het achtenveertigste uur van Nicolaas Matsier is niet wat het lijkt Door: Agnes van Brussel

Wat spookt een mens in vredesnaam uit, al lezend? Wat doen zijn ogen, wat gebeurt er in de cortex, in hart, buik en ruggengraat?

Geen flauw idee. Krijgt de wereldbeschouwing een verfje? Verstevigt zich een al sluimerende twijfel? Gaat de bijl in een restje vooroordeel? Komt de scepticus zegevierende dan ooit terug van alle slagvelden? Het blijft een raadsel. (uit: de verhalenbundel Dicht bij huis van Nicolaas Matsier)

Wat doet de lezer als hij het laatste boek van Nicolaas Matsier, Het achtenveertigste uur, leest? Heel verschillende dingen, dat is wel duidelijk. Het boek gaat over het immer actuele thema van het vreemdelingenbeleid, een vreemd boeiend boek, dat alleen de juridische kant van het vreemdelingenbeleid beschrijft. De kant van diegenen die de vreemdelingenwet moeten toepassen en uitvoeren. Er was een recensent die het boek als een vlammend protest zag. ‘Een scepticus die zegevierend terugkomt van het slagveld van de asielprocedure?’ Er was er ook een die Nicolaas Matsier in een radio-interview graag schande wilde horen roepen. ‘Een en twintig mensen, die in achtenveertig uur bezig zijn met één asielzoeker! Schande!’ Matsier haalt er zijn schouders voor op. Hoe verschillend kan je lezen? Is de asielzoeker in de achtenveertiguurs procedure bij voorbaat kansloos, zoals een ander recensent concludeerde? Het is mooi als je in staat bent om zoals Matsier dat benoemt ‘tegen jezelf in te lezen’? ‘De bijl te zetten in een restje vooroordeel’. Om het boek te beginnen met het idee dat het een politieke aanklacht is en na 269 pagina’s heen en terug te concluderen dat het dat niet is. Maar wat dan wel? Voor Matsier is het geen aanklacht. Wat hij beschrijft is een uitvloeisel van de rechtstaat, de vorming van een dossier met hoor en wederhoor. ‘We vallen achterover van beschaving’.

Een Soedanees
Het achtenveertigste uur beschrijft de werkelijkheid van de IND-ambtenaren en rechtshulpverleners die hun werk doen op het vliegveld Schiphol aan de hand van één juridische casus. Het is de zaak van de Soedanees Moesa Mohammed Hassan, die vlucht uit een situatie die hij levensbedreigend vindt. Zijn dossier gaat in hoog tempo van bureau naar bureau en ieder doet zijn werk aan de hand van de vreemdelingenwetgeving. Van de Soedanees kom je niet meer te weten dan wat hij in de diverse verhoren vertelt. ‘Hij krijgt’, zegt Matsier, ‘alleen maar een omtrek’. Dat het boek een roman is komt omdat Matsier in de hoofden van de Marechaussee, de IND-ambtenaren en de rechtshulpverleners is gekropen en hun innerlijke monoloog opschrijft.
Al een jaar of tien liep Matsier met het idee rond om dit boek te schrijven. Het was naar aanleiding van een nieuwsberichtje over de vierentwintiguurs asielprocedure op Schiphol, die inmiddels is uitgerekt tot 48 uur. ‘Ik dacht toen nog dat het om een etmaal ging.(het betrof drie werkdagen. red.) Biologerend: in vierentwintig uur uit en thuis. Ik heb in die jaren alles wat los en vast zit over de asielprocedure gelezen en mijn aantekenboekjes volgeschreven. Het afgelopen anderhalf jaar heb ik het in een roman verwerkt’. Terugkijkend zou hij nog een stukje toe willen voegen na hoofdstuk tien, ‘een kleine nabeschouwing van de resumptor, waarin deze stelt dat het eigenlijk niet kan: die stapel wetten. Het is niet te doen’. Bij een volgende druk komt die toevoeging erin.

Politiek?

Is het dan toch een politiek manifest geworden? Het boek heeft volgens Matsier zeker een politieke lading. Maar hij heeft geen simpele oplossing voor al die vragen die in het boek rondtollen. ‘Het zijn grote filosofische vragen. Je kunt niet zeggen: Doe de poort maar open. Dan wurg je je eigen samenleving. De asielprocedure is gemodder, een zeer middelmatig gebeuren. Toch doen de IND ambtenaren het niet slecht. Ze doen wat ze moeten doen met een beter of slechter humeur. Er is geen kwade wil. Ze moeten productie maken: twee verhoren per dag met verslag en al. Het moet allemaal op schrift’.

Wat er oneerlijk aan is? De hele procedure is alleen maar te begrijpen als je de wetgeving kent. De Soedanees kent die wetgeving niet. Het gaat steeds om de vraag: bent u een vluchteling in de zin van de vreemdelingenwetgeving en jurisprudentie? Past zijn reisverhaal, zijn asielrelaas in het plaatje van de vreemdelingenwet. De advocaten begrijpen dat wel, maar die krijgen maar een beperkte kans. In het boek zegt een advocaat, de persoon waar Matsier zichzelf het meest in herkent: Het is als een schaakspel waarbij de IND veel langer over een zet mag doen dan de advocaat.

Het lukt deze advocaat om de zaak buiten Schiphol te krijgen. De Soedanees mag zijn asielprocedure afwachten in een asielzoekerscentrum. Een kleine triomf, zou je denken, maar niet voor de Soedanees, want die is al vertrokken, met onbekende bestemming. Een ontnuchterend einde, dat illustreert hoezeer er sprake is van twee verschillende werelden.

Taal
Matsier is een schrijver die speelt met taal. Hij stortte zich met veel genoegen en verwondering op de IND dossiers: ‘adembenemend die juridische taal’. Anderhalf jaar werkte hij aan dit boek. ‘Kort voor mijn doen, maar ik had er plezier in. Er was wel eens twijfel, maar vaker dacht ik: Hè ja daar gaat-ie’. Het IND heeft een heel eigen jargon: woorden die een totaal ander betekenis krijgen in zo’n dossier. Bijvoorbeeld het reisverhaal. ‘Normaliter is het een woord met een vrolijke klank. Dat wil zeggen zolang je van rijk naar arm reist en van koel naar warm. Het zijn reisverhalen voor de voorpret, het plezier ter plaatse, en de napret. Het reisverhaal van de vreemdeling die asiel zoekt is eigenlijk het zwijgzaamste genre dat er bestaat’. En dan zijn er de termen: asielrelaas, vluchtverhaal en reisagent. ‘Zullen deze begrippen in hun nieuwe betekenis straks ook in Van Dale komen’? Reisagent is de term voor de mensensmokkelaar, en die heb je in vele gedaanten, van echt puur crimineel tot de hulpvaardige redder. Matsier neemt het juridisch taalgebruik in de rapportages met regelmaat op de korrel. ‘Hier een Klemt- Te-Meer doen?’.
Hoe verschillend ook, toch kregen alle personages iets mee van Matsier in de zin dat ze vragen stellen en filosoferen en het alledaagse van hun leven mooi kunnen verwoorden.

Signeren
Een nieuw boek betekent interviews, maar ook speekbeurten en signeren. Op 19 oktober komt Matsier naar Zwolle en zal daar voorlezen uit zijn werk. Het meest bekend is zijn gelauwerde eerdere roman, Gesloten huis, waarin hij vertelt wat het betekent om het ouderlijk huis op te ruimen en leeg te halen als de laatste ouder is overleden. Ook zijn boek over de bijbel kreeg veel positieve aandacht in de pers. Zou hij zo’n boek ook over de Koran kunnen schrijven? Hij meent van niet . ‘De bijbel is in tegenstelling tot de Koran een meerstemmig ding, dat veel interpretatievrijheid biedt’. Het stemt hem somber als hij nadenkt over de gewelddadige betekenis die aan de Koran wordt gegeven. ‘Hoeveel ellende staat ons nog te wachten voordat er over en weer acceptatie zal zijn’?
Het achtenveertigste uur is Matsiers tweede roman. Hij schreef meerdere verhalenbundels, kinderboeken en viel ook op met zijn vertaling van Alice in Wonderland dat als een prachtig prentenboek met tekeningen van Lisbeth Zwerger in de boekhandel ligt.

Matsier heeft iets met handtekeningen. In het achtenveertigste uur worden er veel geplaatst, met gewichtigheid en trots. Hij heeft ze een tijdje verzameld. ‘Narcistische kunstwerken kunnen het zijn’. Over de functie van zijn eigen handtekening tijdens de talrijke voorleesbeurten en signeersessies zegt hij in Dichtbij huis: ‘Ik doe wat ik anders langdurig en in het verborgene doe: Ik schrijf’.

Literaire Activiteiten Zwolle: 19-10 Nicolaas Matsier, 23-11 Doeschka Meijsing, 15-2-06 Frank Westerman, 16- 3 Arthur Japin (Waar en hoe laat moet ik nog opzoeken morgen)

blank.jpg