Mathilde Santing en Frank Boeijen

 Mathilde Santing en Frank Boeijen samen op tournee

 

Raar eigenlijk dat ze nu pas samen optreden. Ze kennen elkaar al zo lang, zijn bijna even oud en leiden hetzelfde soort leven. In menig huiskamer staan hun beider cd’ s broederlijk naast elkaar. Zij zong al eerder liedjes van hem. 

Over en weer gaven ze elkaar adviezen. Maar nu staan ze dan toch samen op de planken in een nieuwe show: ‘Even’.

Vijfentwintig jaar geleden stond Mathilde Santing bij Boeijen tussen de coulissen. Hij was al een paar jaar bezig en zelf had ze net haar eerste ‘hit(je)’. ‘Ik was snipverkouden en hij gaf me zijn zakdoek’. Het zouden de eerste regels van een liedje kunnen zijn. Er ging zestien jaar overheen voor ze elkaar opnieuw ontmoetten. Pas toen ging ze in op zijn advies om Nederlands te gaan zingen. Boeijen zat in de zaal bij de première van ‘9 levens van Mathilde Santing’. Ze zong daarin twee liedjes van hem. ‘Ik was vereerd dat hij er was’ en Boeijen was blij met haar vertolking. Ze werden vrienden, maar het plan om samen te zingen moest nog rijpen. Santing en Boeijen zijn qua stem en performance heel verschillend. Hij is vooral de ‘songwriter en singer’. Zij is een veelzijdig vocaliste met gevoel voor show.

 

Het is een uurtje voor de soundcheck van de tweede voorstelling, en er moet nog veel gebeuren . De bandleden en technici druppelen binnen, Mathilde excuseert zich omdat ze tijdens het interview ook met haar make-up bezig is. Het gesprek komt op Norah Jones. Je kunt nog geen winkel of café binnenkomen of je hoort haar. Heel mooi. Maar luister eens naar de CD: ‘Under the blue roof’uit 1994. Wat Norah Jones met haar stem doet, brengt Santing al jaren. Toen ik haar voor het eerst hoorde viel ik van mijn stoel’ vertelt Santing . ‘Dat is mijn sound: dat is de muziek die ik heb uitgevonden’.
 

Ze kijkt even op, met één opgemaakt oog, vanachter haar beautycase. Bij een nieuwe show en een nieuwe CD (op 21 maart komt haar nieuwe CD Under your charms uit) hoort weer een nieuwe look: bruin haar, een nieuw kapsel en een bril .‘Niemand herkent me’, lacht ze. Boeijen, onveranderd, ‘een hippie in een zwart pak’, vindt de gelijkenis tussen de muziek van Norah Jones ook opvallend, maar haalt zijn schouders er bij op. Hij kent het gevoel van: ‘maar dat doe ik al zo lang’. Toen hij Nederlands ging zingen keek iedereen gek op, nu heb je zoveel Nederlandstalige bands. ‘Je moet steeds weer verrassen, iets nieuws bedenken’. Dus daarom nu ook samen op het podium. Er valt wederzijds wat te leren, vinden ze, hij over vorm en zij over inhoud. Boeijen is altijd bezig met zijn notitieboekje, een liedje kan overal ontstaan. ‘Op mijn reis in Z.O. Azië dachten ze dat ik een spion was’.

 

Dylan en Van Morrison zijn nog steeds inspiratiebronnen. Engagement komt heel vanzelfsprekend uit zijn rode Brabantse nest. Toen hij in 1984 Zwart Wit schreef als reactie op de racistische moord op de 15 jarige Kerwin Duinmeijer, stemde dat zijn vader tevreden. ‘Beter dan dat liedje over die Linda’, zei hij. Maar protestsongs wil hij niet schrijven. ‘Dylan is daarin niet te evenaren en ik ben altijd beducht om moralistisch te zijn. Ik schrijf over wat mij raakt en soms is dat maatschappijkritisch’. Ook vanavond staat ‘Zwart Wit’ op het repertoire en ook ‘Het lied van de doofheid’ dat hij schreef naar aanleiding van de moord op Theo van Gogh. ‘Het is niet pamflettistisch bedoeld, het is meer: Kijk eens naar de klootzak in je zelf’.

Voor Santing gaan de muze en de politiek niet goed samen. ‘Het is een verwarrende tijd, de mensen zijn bang . Wij stellen ons met onze muziek op tegenover die lelijke wereld. Die muziek hoeft niks te bewijzen, is niet destructief of agressief, maar van een weerloze schoonheid. Het geeft mensen hoop. Het is heerlijk dat er weer meer publiek naar het theater komt. Ze zijn misschien wel tv-beu. Het theater heeft ook iets veiligs. Het publiek krijgt van ons daarom een rustige start’. ‘Vroeger was dat anders’ vertelt Boeijen , ‘dan zei ik tegen mijn band: de eerste klap is een daalder waard en dan storten we er een lawine van muziek overheen. Maar ach, je weet hoe het is: je haast je dood, misschien gewacht op de oppas, dan moet je je weg vinden, de auto kwijt, jas afgeven, gauw een kop koffie en dan zit je eindelijk in het donker, veilig in het pluche en het doek gaat open’.

 

Boeijen en Santing hebben samen veel te bieden. De meeste liedjes in de show zijn van Boeijen, op een paar prachtige liedjes van Theo Nijland uit Santings repertoire na: ‘Kaal’ en ‘Laat maar’. Echte Boeijen-fans moeten wel even wennen aan Mathildes vertolking van zijn toplied: ‘Zeg me dat het niet zo is’. Het is zoveel dramatischer. Boeijen zelf geniet daarvan. Hij luistert graag naar andere vertolkingen van zijn teksten. Zelf doet hij nog een Shaffy-liedje, ‘Ik drink’, geschreven door Serge Reggiani. Aan de muziek, de liedjes en hun beider gitaarspel zal het niet liggen. ‘De vorm moet nog groeien’, vertelt Boeijen na de voorstelling ‘en dat kan eigenlijk alleen met het publiek erbij’. Ze hebben nog 43 voorstellingen te gaan, voordat ze op 8 mei in Carré staan. ‘Dat wordt een feest’, belooft Mathilde, ‘we zingen daar in de Kit Kat club, de legendarische Berlijnse nachtclub uit de jaren dertig van Cabaret. Voor de theatervoorstelling Cabaret is de zaal van Carré omgebouwd en dat houden we graag nog even zo. Het nachtclub idee bevalt haar wel en het publiek moet daar vooral in mee gaan. ‘Kom allemaal maar overdressed’.

 

Even, theaterprogramma van Frank Boeijen en Mathilde Santing, m.m.v. Lené te Voorwis (basgitaar en contrabas), Ton Snijders (toetsen, piano), Dionys Breukers (toetsen, accordeon)

 
blank.jpg