Rechercheschool neemt afscheid van Zutphen



in de Stentor van 19-7-2010
Zevenendertig jaar zat de School voor Recherche aan de Voorsterallee. Volgende week verhuist de school naar Apeldoorn


Vele onopgeloste moorden zijn in de afgelopen decennia op de Zutphense School voor Recherche besproken en vaak dichter bij een oplossing gebracht. Bijna alle rechercheurs in Nederland hebben er hun opleiding of bijscholing genoten. Zij brachten hun zaken mee ter bespreking of nodigden hun docenten uit om ter plekke advies te geven. Ook Marcel Bruinsma, hoofd van dit onderdeel van de Politieacademie, volgde in het verleden zijn opleiding in Zutphen en neemt nu met enige weemoed afscheid van het landelijk gelegen gebouw. "We krijgen er een prachtig gebouw met de modernste faciliteiten voor terug, maar de School voor Recherche verliest toch iets van zijn eigen identiteit. Vroeger was het voor iedereen binnen de politie duidelijk. Als je de opleiding doet in Zutphen, zit je bij de recherche. Straks zitten de meeste onderdelen van de Politieacademie geconcentreerd bij elkaar in het gerenoveerde gebouw van de Concernlocatie aan de Arnhemseweg in Apeldoorn. Het is efficiënter en centraler gelegen, maar ik zal dit gebouw missen." Bruinsma wijst vanuit zijn werkkamer naar het parkachtige landschap, waar de afgelopen weken wel buiten lesgegeven werd. "We hebben hier geen airco, dus als het heel warm is, gaan we soms naar buiten. We weten al vijf jaar dat we naar Apeldoorn verhuizen en dus hebben we niet veel meer geïnvesteerd in het gebouw."
Zutphen is niet de enige locatie, die wordt opgeheven. Ook medewerkers van een aantal andere locaties van de Politieacademie verhuizen naar Apeldoorn. De Politieacademie heeft 73,3 miljoen euro gestoken in de renovatie en uitbreiding van de hoofdvestiging in Apeldoorn. In het vernieuwde gebouw komen bijna alle activiteiten op het gebied van werving, selectie, opleiding en kennis van de politie samen. Op 9 augustus komen de eerste agenten voor hun opleiding of bijscholing naar Apeldoorn en zitten ook de Zutphense personeelsleden op hun nieuwe werkplek. De reistijd van de honderdzestig docenten en vijftig ondersteunende personeelleden zal misschien wat langer of korter worden. De hotelovernachtingen in en om Zutphen van de rechercheurs in opleiding blijven volgens Bruinsma op hetzelfde peil.
Wat er met het gebouw aan de Voorsterallee gaat gebeuren is nog niet duidelijk. Volgens bouwbedrijf Nikkels, dat, samen met vastgoedmaatschappij Elizen in Twello, eigenaar is van het pand, zijn er wel serieuze besprekingen, maar is het nog onvoldoende concreet om naar buiten te brengen.
Het vak van rechercheur
Wat leerden de rechercheurs in die 37 jaar in Zutphen? Het vak lijkt een jongensdroom, als je bedenkt dat politieseries de meest bekeken tv-series zijn. Hoofd van de School voor Recherche, Marcel Bruinsma, kijkt nog wel eens naar de serie 'CSI: New York' en constateert dan met enige jaloezie, dat men kort na een misdrijf vanuit het politiebureau beelden vanuit de hele stad kan oproepen. Dat is hier nog geen realiteit. Het vak van rechercheur is volgens Bruinsma maar ten dele een jongensdroom. "Er bestaat niet voor niets zoiets als 'politiehumor', vertelt Bruinsma. "Dat is zelfbescherming. Je komt de criminaliteit en de dood tegen in alle mogelijke vormen. Slachtoffers uit een vliegtuig halen na een ramp of langs een huis gaan om het fatale nieuws te brengen. Dat is heel zwaar."
Vroeger was er bij de politie weinig aandacht voor de verwerking van dit soort ervaringen. "Dat is nu anders," vertelt Bruinsma . "Emoties mogen, maar dienders moeten wel degelijk tegen een stootje kunnen."
Sinds enkele jaren zijn veel nieuwe rechercheurs zij-instromers. "Ze komen vaak uit een goede functie in het bedrijfsleven, maar willen iets anders. Ze zoeken werk, dat maatschappelijk relevant is en waar ze hun gevoel voor rechtvaardigheid in kwijt kunnen." Het werven en opleiden van mensen buiten de politie was ook een aanbeveling uit de evaluatie naar aanleiding van de gemaakte fouten in de Schiedammerparkmoord in 2005. Door buiten de politie te werven kon men in korte tijd meer hoger opgeleide mensen tot rechercheur omscholen.
Het recherchevak is sterk in ontwikkeling en dat zie je terug in de afname van opleidingen. In vijf jaar tijd steeg het aantal recherchedocenten van zestig naar honderdzestig. "We hebben tegenwoordig veel meer technisch bewijs dan vroeger," aldus Bruinsma. "Het horen van een verdachte is een kleiner onderdeel van de opsporing geworden. Er zijn bijvoorbeeld overal videocamera's van Rijkswaterstaat en beveiligingscamera's in winkels en benzinestations, die bewegingen vastleggen. Ook door het mobiele telefoonverkeer komt informatie sneller tot je en regelmatig zitten getuigen direct op Hyves elkaar te vertellen wat ze hebben gezien. Lastiger wordt het wel om vast te stellen wat een getuige uit eigen ervaring weet en wat hij via via heeft vernomen. Dat laatste is wel nodig voor de bewijskracht. Je mag ook lang niet alles gebruiken voor een wettig en overtuigend bewijs."
De School voor Recherche heeft veel specialistische opleidingen in huis. Een interessant specialisme is het sporenonderzoek. Weinig Zutphenaars weten dat er op het terrein aan de Voorsterallee woonhuizen staan, die gebruikt worden voor sporenonderzoek. De ruiten worden steeds opnieuw vervangen en weer ingeslagen en sporen worden gewist en opnieuw aangebracht. Na 'De Schiedammer Parkmoord' is er in de opleidingen ook veel meer aandacht voor het voorkomen van een tunnelvisie. "We hebben hier de opleiding 'Tegenspraak', waarbij je leert altijd meerdere scenario's te bedenken, om te voorkomen dat je focust op één verdachte. Het is de kunst om de juiste balans te vinden tussen vasthoudendheid en het voorkomen van een tunnelvisie."

blank.jpg