Bel Agnes van Brussel: 06 209 63 489     


De derde woensdag van de maand is de leesclubavond. Deze keer thuis bij Marjan. Het huis ruikt heerlijk naar de versgebakken brownies, waar Marjan beroemd om is. Niet zomaar uit een pakje, maar met echte pure chocolade, nog lekker zacht en klef. Om acht uur komen de leesclubleden binnen, drie vrouwen, twee mannen, een boek onder de arm. De leesclubavond verloopt al jaren volgens een vast patroon, eerst koffie of thee met iets lekkers, dan wordt de wijnfles ontkurkt. Na wat gepraat over allerlei lief en leed komt het boek aan de orde.
‘Wat een waardeloos boek,’ begint Els zuchtend.
‘Waarom hebben we dat boek in hemelsnaam gekozen?’ vraagt Marjan zich af. ‘Tja omdat het over een leesclub ging, ‘ zegt Bert, ‘maar wat een vervelende leesclub is dat. Zulke akelige personages.’
‘En al dat gezeur over kwaaltjes en gemopper op de overheid’ vult Joke, die zelf bij de gemeente werkt, aan. ‘En gezeik over de rol van de media,’ vult gepensioneerd journalist Bert aan. ‘Tja echt bejaardengemopper.’
‘Wel knap geschreven,’ vindt Hans.
‘Laten we er niet te veel woorden aan vuil maken’, vindt de gastvrouw. Ze pakt de glazen, en ontkurkt een fles rosé. ‘De voorraad rosé moet nu maar op. Het is september en het is afgelopen met de lange zomeravonden. Maar ik zie dat er nog een brownie ligt. Zullen we die verloten?’ vraagt ze.
‘Ik heb een beter idee ‘, zegt Joke, ‘die is voor de meest sneue persoon in ons midden, net zoals in de film Notting Hill. Eerlijk gezegd maak ik dan een goede kans.’
Bert: ‘Anders ik wel.’
Hans: ‘Dus we gaan om beurt vertellen wie de laatste brownie verdient, omdat hij of zij het aller-aller zieligst is.’
‘Ik speel wel jury, want ik voel me absoluut niet zielig’, zegt Karin stralend.
Ik heb weer een nieuwe liefde en ik verkocht mijn huis voor een prima prijs.’
Marjan: ‘Zal ik dan maar beginnen?’
‘Zoals jullie al weten ging mijn man er vorig jaar vandoor met een jonge collega en vanochtend viel er zomaar een tand uit mijn mond.’
Karin: ‘Heel zielig, je bent een kanshebber.’
Dan volgt Els: ‘Ik viel gisteren van de trap bovenop mijn oude kat. Ze stond niet meer op en bleef dood liggen.’
Karin: ‘geen kans, dan heb je geluk gehad. Die kat heeft je het leven gered met een zachte landing. Wie volgt?’
Joke: ‘Ik heb zo’n raar gezicht overgehouden aan een facelift. Ik zag jullie al schrikken toen ik binnen kwam. Het deed ook nog hartstikke zeer en mijn dochter stelde me een sluier voor.’
‘Tja, dat lijkt me niet fijn.’
Joke: ‘Niet lachen Karin, dat is vals. Schenk me nog maar een keertje in, Marjan. Dat ontspant. En jij Bert? Maak jij nog kans?’
‘Mijn oude moeder heeft haar testament gewijzigd. Alles gaat naar de zeehondencrèche.’
‘Haar goed recht,’ vindt Karin, ‘en je bent toch niet armlastig?’ Maak jij nog kans op de brownie, Hans?’
Hans: ‘Ik moet iets bekennen. Het boek dat jullie zojuist hebben gelezen is van mijn hand. Ik heb het geschreven onder pseudoniem. Misschien herken je wel iets van jezelf.’

Even later bij de voordeur. ‘Zonde van je overhemd, Hans. Die chocoladevlekken gaan er moeilijk uit. Probeer het eens met Vanish’








Over twee weken komt de verhuizer. De hoogste tijd om eens flink te gaan ruimen. Dat denk ik al maanden, maar de drempel is hoog. Bijna letterlijk. Als ik boven een slaapkamer binnen wil stappen, schrik ik terug van de rommel. Maar het moet.
Niet voor de verhuizers. Die pakken gewoon in wat er voor hun voeten komt. Dan heb je straks een kamer tot de nok gevuld met dozen, waar je geen wijs uit wordt. Ik weet nog van de vorige verhuizing dat ik in het nieuwe huis een doos opende die opvallend licht was. Daar zat alleen een opgeblazen ballon in.
Ik las boekjes van Marie Kondo, de Japanse opruimgoeroe. Zij beveelt een volgorde aan. Eerst kleren, dan boeken en tot slot de papieren. Tja, boeken en kleren is nog overzichtelijk. Maar papieren is een ramp bij mij. Artikelen, dagboeknotities in driekwart lege schriften. Lijstjes van gelezen boeken, foto’s, knipsels met interieur ideeën of reistips. Sollicitatiebrieven en diploma’s. Brieven….

Vandaag moet het gebeuren. Ik negeer de pijn in mijn buik, neem wat lege dozen mee naar boven. Een voor weg te gooien papier, een voor spullen bestemd voor de kringloopwinkel en een om te bewaren spullen te verzamelen. Onder de schuine wand van mijn werkkamer staan dozen en kratten vol papieren. Ik begin maar eens met een vrolijk beplakte doos en ga ermee zitten op de grond. Het beplakken van zo’n doos was destijds het begin van een voorgenomen opruimpoging. Ik was altijd goed in het kopen van fraaie dozen, ordners en hangmappen systemen. Maar veel systeem zit er niet in. Deze gele doos heb ik ooit eens beplakt met dinosaurussen. Er zitten brieven in. . .

‘Liefste Agnes,’ lees ik, in een brief van mijn ex uit 1975. Ik zucht maar eens diep en ben weer even terug in de tijd. Ik haal een roze lintje los en zie het mooie handschrift van mijn te vroeg overleden schoonzus. Ik zie haar voor me in haar stijlvolle lange nachtpon met een sigaartje in haar hand. Ze was zo’n sprankelende vrouw. Ze schreef me opgewekte brieven in het jaar dat ik in het buitenland verbleef, terwijl ze heel ziek was. Dan zijn er nog stapels brieven van vrienden, zo bijzonder eigenlijk, nu we tegenwoordig volstaan met WhatsApp en mail. Ik zou al die brieven kunnen scannen en digitaliseren en de brieven naar het oud papier kunnen doen. Maar ik houd van het knisperende luchtpostpapier en lees ze een voor een.
Ik schrik op, als het bijna donker is om me heen. Helemaal stijf van het lange zitten op de grond. Tijd om te stoppen en wat te gaan koken. Ik kijk om me heen en zie de lege dozen bedoeld voor het oud papier en de kringloop. Zo kom ik er nooit.

Die nacht droom ik van Marie Kondo. Een kleine Japanse vrouw stapt binnen. Ze is elegant gekleed en heeft felrode nagels. Ze klapt in haar handen als ze de kamer binnen komt.
‘O heerlijk, ik houd van rommel,’ roept ze. Ze trekt alle boeken uit de kast en dwingt me een voor een om al of niet liefde te verklaren aan een boek. Hetzelfde doet ze met alle kleren en een onafzienbare berg verrijst in de slaapkamer. De droom gaat in de versnelling. Razendsnel slinken de stapels en verdwijnen spoorloos in het niets. Steeds klapt Marie Kondo in haar handen en kraait: ‘Op naar de volgende kamer’. Dan zie ik haar met de brievendoos in haar handen. “Kies er een paar uit zegt ze en scan ze even. Kom we gaan even naar de huiskamer, dan kan de rest zo in de houtkachel.” De paniek slaat toe. Ik wil ze allemaal houden.
‘Nee’, roep ik, geef hier die doos. Haar mooi opgemaakte gezichtje verandert plotsklaps. De vriendelijke glimlach verdwijnt en ik zie een boze grijns. Ik wil de doos uit haar handen trekken maar ze houdt stevig vast. Ze huppelt de trap af naar de woonkamer. Dan kiepert ze de doos om en begint met een triomfantelijke grijns de brieven in de kachel te gooien. Het roze lintje zie ik in vlammen opgaan.

Dan word ik zwetend wakker en draai me om naar mijn geliefde.
‘Ik heb zo naar gedroomd’,’ zeg ik.
‘Zeker over de verhuizing’, zegt hij
Later zou zij zich afvragen wat er was gebeurd als ze niet had omgekeken. Maar Anka keek wel om, toen ze haar boodschappen in haar fietstas laadde en weg wilde fietsen. In een flits zag ze een meisje bij een kinderwagen staan en daar mee weg rennen. Het was niet de moeder. Dat was wel duidelijk. Het meisje keek snel om zich heen en rende met de baby in de wagen een steegje in. Ze riep nog: “He stop”, maar niemand reageerde. Wat kon ze doen? De moeder, die even verderop stond te praten waarschuwen? Dan was het misschien te laat om het meisje met de baby nog in te halen. Dus rende ze achter het meisje aan, ‘stop, stop’ gillend. Het meisje was snel, ondanks de kinderwagen en Anka had niet haar hardloopschoenen aan. Er waren ook geen mensen die haar tegemoet kwamen, zodat ze ‘houdt de dief’ kon roepen. Het meisje sloeg al snel links en weer rechtsaf. Anka registreerde de blonde paardenstaart het zwarte leren jasje en de blauwe joggingbroek. Als ze haar niet kon inhalen zou ze dat straks moeten vertellen aan de politie.
Even later was ze haar echt kwijt. Ze was buiten adem, struikelde over haar eigen benen en keek wanhopig om zich heen. Daar kwam een vrouw aan met een fiets aan de hand. “Heeft u een meisje met een kinderwagen gezien?” Jawel, zei de vrouw volgens mij ging ze de Aldi in. Anka keek op haar horloge, hoe lang was ze al in de achtervolging? Moest ze niet 112 bellen? Wat zou de moeder op dit moment doen? Die had natuurlijk zelf alarm geslagen.
Bij de Aldi vroeg ze naar het meisje en hoorde dat ze daar een blik babyvoeding had gekocht en luiers. Maar ze was heel gehaast geweest en nu al weer weg. Het meisje aan de kassa kende haar wel. Volgens haar woonde ze in die flat met die schildering erop.
Dat was het laatste wat ze zou proberen. Als ze haar niet zou vinden, zou ze naar de politie gaan. Even flitste het door haar heen dat haar fiets met boodschappen nog onafgesloten bij de winkel stond. Maar dat was van minder belang.
Ze belde aan bij de eerste beste deur van de portiekflat. Niemand thuis. Ze probeerde nog een volgende deur en vroeg naar het meisje met de kinderwagen. Paardenstaart, ongeveer 16 jaar, niet groot, slank, lerenjasje, maar de man in de deur keek haar nietszeggend aan. Anka nam de lift naar de volgende verdieping en probeerde het nog een paar keer.
Nog een verdieping hoger, steeds wanhopiger werd ze. Waar was ze mee bezig? Het was toch niet haar eigen baby? Bovendien wat kon ze doen? Stel dat ze het meisje vond en ze geen afstand wilde doen? Dan moest ze alsnog de politie bellen.
Nog een keer: “Ik ben op zoek naar een meisje van ongeveer 16 jaar die zojuist met een kinderwagen de flat is binnen gekomen. Waarschijnlijk woont ze hier.” Weer een ontkennende blik. Dan opeens hoort ze een baby huilen en volgt ze het geluid. Daar verderop staat een deur op een kier. Ze kan zo binnenlopen. De kinderwagen staat in de gang. Een grote blonde jongen met een open vriendelijk gezicht komt haar tegemoet. “Waar is de baby?” vraagt ze en hij wijst naar binnen. Daar zit het meisje met de baby op schoot. Ze zingt een wiegeliedje en heeft een fles met voeding klaar staan. “Ssst,” zegt ze.

Ode aan de fiets

In de schuur staan vier fietsen. Stella, een boodschappenfiets met flinke tassen achterop, die de accu verbergen, Koga 1, mijn favoriet en Koga 2, allebei toerfietsen, zodat ik ook met een logee

Lees meer

Kasteel Reuversweerd weer een kloppend hart in Cortenoever

Menig Zutphenaar maakt graag een fietstochtje over het nieuwe pad op de oude dijk in Cortenoever. Het pad voert langs de achterzijde van kasteel Reuversweerd dat volledig in de steigers staat. Er

Lees meer

De laatste brownie

De derde woensdag van de maand is de leesclubavond. Deze keer thuis bij Marjan. Het huis ruikt heerlijk naar de versgebakken brownies, waar Marjan beroemd om is. Niet zomaar uit een pakje, maar met

Lees meer

© Agnes van Brussel 2019  |  Website door Buro Zutphen